De deelnemers konden met deze whisky alle kanten uit, de commentaren bleken vaak redelijk tegengesteld. Vond de een hem vlak en snel verdwijnen bleek de ander het een aangename, mooie whisky te vinden met amandel, een botertje, maar ook vanille, rozijnen en nat hout. De afdronk was lang met zoete peper.
Verder vond men het een neutrale, niet uitgesproken whisky, die goed zou passen bij de kaasfondue. Iemand zag deze niet zo zitten en karakteriseerde de whisky als kachelruitschoonmaakmiddel, terwijl een ander zich door het ziekenhuis gesleept voelde.
Positieve kenmerken waren leer, sherry, pruimen, citrus (grapefruit), vanille en poedersuiker in de neus en rozijnen, kersen en veel peper in de smaak, waarbij zich bij de eerste slok een koolzuurtje ontwikkelde. Wel een vriendelijk en aangenaam ding in het begin, maar met een "flinke klap voor je harses" aan het eind. Dit alles leidde tot de laatste plaats in deze proeverij.